1700 struiken aangeplant voor de geelgors in Oosteeklo (Assenede)

Om de laatste populatie geelgorzen in het Meetjesland te helpen, plantten Regionaal Landschap Meetjesland en de gemeente Assenede 1700 struikjes aan op de flanken van de brug over de N49 in Oosteeklo. De brug wordt daarom toepasselijk de ‘geelgorsbrug’ genoemd.

Geelgors

De geelgors is een zangvogel die niet veel groter is dan een mus. In de winterperiode hebben de mannetjes en vrouwtjes een onopvallende groenbruine kleur en zijn ze moeilijk van elkaar te onderscheiden. In de broedperiode draagt het mannetje echter een mooi geel verenkleed. Geelgorzen zijn typische akkervogels die hoofdzakelijk leven van zaden en insecten. Deze zaden en insecten halen ze uit bloemen en zadenrijk struikgewas.

Samenwerking met gemeente Assenede

Het Regionaal Landschap Meetjesland zet zich sinds 1999 in om het Meetjeslandse landschap te behouden en waar mogelijk te versterken. Het beschermen van akkervogels staat al jaren hoog op de agenda. De gemeente Assenede is sinds het prille begin lid van Regionaal Landschap Meetjesland en wil ook nu haar steentje bijdragen in het behoud van de soort. Hélène Quidé werkt bij Regionaal Landschap Meetjesland rond soortenbescherming.

“Om de populatie te ondersteunen hebben we in samenwerking met de gemeente Assenede en Pro Natura 1700 struikjes aangeplant. Regionaal Landschap Meetjesland stond in voor de kosten van het plantgoed en de gemeente betaalt het werk voor de aanplant en het beheer. Pro Natura voerde de aanplant voor ons uit. We plantten onder meer hazelaar, meidoorn en sleedoorn aan. Deze struiken zorgen niet alleen voor voedsel, ze bieden ook beschutting en zijn uitstekende zangposten voor de mannetjes om de vrouwtjes in de paaitijd te charmeren.”

Mensen denken misschien: waarom al die moeite voor zo een kleine populatie? “De geelgors beschouwen we als een paraplusoort: door het verbeteren van het leefgebied voor deze soort zorgen we ook voor heel wat andere soorten akkervogels, zoals de patrijs.”

Brug

De brug lijkt door de nabijheid van de N49 geen ideale omgeving om aanplanten te doen voor de soort. Hier is echter een verklaring voor. De brug werd destijds aangelegd in geelgorsgebied maar de geelgors blijkt zeer honkvast te zijn. “We hebben al geprobeerd om de geelgorzen er weg te lokken met aanplanten verder weg van de brug. Ze houden echter vast aan hun leefgebied. Gelukkig blijken ze de N49 ook niet over te steken. Aan de overkant vinden we hetzelfde landschap terug maar is de geelgors nog niet gespot.

Belang van kleine landschapselementen

Kleine landschapselementen blijken cruciaal te zijn in het behoud van de soort. “De geelgors houdt van halfopen landschap, dit is een landschap met een afwisseling aan open ruimtes en kleine landschapselementen zoals houtkanten. Helaas verdwijnen er steeds meer kleine landschapselementen en worden akkervogels zoals de geelgors steeds meer teruggedrongen. De oorzaak is waarschijnlijk een gebrek aan voedsel en beschutting. Ook de intensivering van landbouw doet de populaties geen goed. In Oosteeklo vinden we op dit moment de laatste populatie in het Meetjesland. Dit is geen toeval: Oosteeklo kent nog een gevarieerd landschap met heel wat kleine landschapselementen en open ruimte.”

Samenwerking met landbouwers Om akkervogels te beschermen werkt RLM ook samen met landbouwers en particulieren. ”We verbeteren het leefgebied ook door het inzaaien van gesubsidieerde bloemenmengsels. We hebben hiervoor een goede verstandhouding met de Vlaamse Landmaatschappij. De Vlaamse Landmaatschappij sluit beheerovereenkomsten af met landbouwers, wij richten ons op particulieren.”

Meer info: www.RLM.be

Meer info over onze werking rond akkervogels: www.rlm.be/themas/natuur/soortbescherming/akkervogels/6938

Verklaring over cookies